• De ATP-meting versus het VSR-kwaliteitsmeetsysteem.

    Resultaat

    Levend organisch materiaal bevat adenosine trifosfaat. Door de hoeveelheid ATP op een bepaald oppervlak te meten kan de hoeveelheid levend organisch materiaal (micro-organismen), die op dat oppervlak aanwezig is, berekend worden. De hoeveelheid ATP per oppervlakte eenheid kan dus gebruikt worden als een maat voor de “microbiologische”schoonmaakkwaliteit.

    Bij het VSR-Kwaliteitsmeetsysteem wordt via een visuele beoordeling de dagelijkse schoonmaakkwaliteit van de institutionele schoonmaak berekend.

    De institutionele schoonmaakkwaliteit is voldoende indien de gebruiker geen hinder ondervindt van de hoeveelheid zichtbaar vuil. Er bestaat geen directe relatie tussen de hoeveelheid organisch materiaal en de hoeveelheid zichtbaar vuil op een bepaald oppervlak.

    Conclusie

    De ATP-meting en de VSR-methode lijken niet met elkaar te vergelijken omdat ze twee verschillende dingen meten. De ATP-meting kan het VSR-Kwaliteitsmeetsysteem niet goed vervangen. De ATP-meting kan in bepaalde gevallen (beoordeling schoonmaakkwaliteit keuken) wel aanvullend zijn op het VSR-Kwaliteitsmeetsysteem.

  • Aanpassing van het kwaliteitsmeetsysteem

    Het onderzoek is uitgevoerd in een ziekenhuis en twee kantoorgebouwen. De vereenvoudiging van de inventarisatie is in de twee kantoorgebouwen beproefd. De implementatie van het periodieke schoonmaakonderhoud in de kwaliteitscontrole volgens VSR-KMS is onderzocht in een ziekenhuis en één van de twee kantoorgebouwen. De keuze is op deze objecten gevallen omdat VSR-KMS bij dit soort objecten het meest wordt toegepast.

    Resultaat

    – De keuze voor de ruimte als de beoordelingseenheid in plaats van het karakteristieke element, zal niet van invloed zijn op het oordeel over de kwaliteit van het schoonmaakonderhoud.
    – Implementatie van het periodieke schoonmaakonderhoud in VSR-KMS is mogelijk.
    – De nu geldende AQL-waarden binnen VSR-KMS behoeven niet te worden aangepast.
    – De goedkeurtabellen behoeven niet te worden uitgebreid met MAF-waarden groter dan 40.