• Schone schijn? Onderzoek naar de hygiënische toestand van toiletten in het primair onderwijs

    Het onderzoek bestaat uit drie fasen, waarvan de eerste twee fasen op dit moment al zijn afgerond. De derde fase zal begin 2005 worden afgerond.

    Fasen onderzoek:
    1. Selectie van oppervlakken, zoals wc-bril, kraan, etc. en micro-organismen
    2. Bepalen feitelijke hygiënische toestand van de geselecteerde oppervlakken
    3. Effecten van mogelijke aanpassingen in het schoonmaakprotocol, de inrichting of voorlichting aan de gebruiker.

    Selectie van oppervlakken en micro-organismen

    Belangrijk voor de selectie van de oppervlakken is dat het contactoppervlakken betreft. Overdracht van micro-organismen vindt immers plaats via het contact van de hand met een oppervlak. Bij het selecteren van de contactoppervlakken is rekening gehouden met het gedrag van jonge schoolgaande kinderen.

    De volgende oppervlakken zijn geselecteerd voor het onderzoek:
    1. Wc-bril aan de voorzijde, halverwege het midden;
    2. Wc-bril aan de achterzijde
    3. Buitenkant van de wc-pot aan de voorzijde, halverwege het midden;
    4. Doortrekmechanisme;
    5. Wastafelkraan;
    6. Bedieningsknop van de zeepdispenser.

    Op deze oppervlakken (monsterplaatsen) is vervolgens de aanwezigheid en de hoeveelheid micro-organismen bepaald. Daarbij is gekeken naar de volgende micro-organismen:
    · Totaal kiemgetal
    · Enterobacteriacae (verder te noemen entero’s)
    · Staphylococcus Aureus
    · Bacillus
    · Pseudomonas

    De monstername heeft plaatsgevonden door te ‘swabben’ met een natte swab over het te onderzoeken oppervlak. De hoogste kiemgetallen zijn gevonden op de kranen en de wc-brillen aan de voorzijde. Op een kraan in een van de scholen zijn bijvoorbeeld 4000 micro-organismen per cm2 aangetroffen. Op deze oppervlakken werden ook entero’s, Staphylococcus Aureus en Bacilli gevonden. Ook op de zeepdispenser zijn relatief hoge aantallen van verschillende soorten micro-organismen aangetroffen. De buitenkant van de wc-pot en het doortrekmechanisme bleken verhoudingsgewijs ‘schoon’.

    Op basis van deze resultaten is de feitelijke hygiënische toestand van de toiletten onderzocht aan de hand van kranen en wc-brillen als oppervlakken en het totale kiemgetal, entero’s en Staphylococcus Aureus als micro-organismen.

    Feitelijke hygiënische toestand

    Bij deze fase van het onderzoek is de feitelijke hygiënische toestand van de kraan en de wc-bril onderzocht. Gedurende twee weken zijn deze oppervlakken driemaal per dag bemonsterd. Het was hierbij interessant om te kijken of er een verschuiving van de hygiënegraad in de tijd optreedt. Is het ’s avonds microbiologisch gezien vuiler dan ’s ochtends? Hoe is de situatie op maandagochtend; hebben micro-organismen de kans gehad om uit te groeien of zijn de omstandigheden hiervoor juist ongunstig?

    De twee onderzochte scholen laten ongeveer hetzelfde beeld zien. Het besmettingsniveau op de kraan is gedurende de gehele dag min of meer constant. Voor de wc-bril geldt echter dat in de loop van de dag steeds meer micro-organismen worden gevonden. Daarnaast blijkt het totale kiemgetal ’s ochtends lager te liggen dan ’s avonds. Een effect van een dag in de week is in het onderzoek niet naar voren gekomen. Het besmettingsniveau ligt op de wc-bril hoger dan op de kraan.

    Gemiddeld totaal kiemgetal in log (CFU/cm2)

    ’s ochtends

    ’s middags

    ‘s avonds

    School 1

    Kraan

    1,50

    1,60

    1,50

    Wc-bril

    1,85

    1,90

    2,25

    School 2

    Kraan

    1,40

    1,50

    1,43

    Wc-bril

    1,90

    2,10

    2,86

    Noot: de schoonmaak is uitgevoerd door professionele schoonmaakbedrijven tussen de laatste en eerste monstername.


    Zonder direct een waardeoordeel te hangen aan de gevonden resultaten mag worden geconcludeerd dat de hygiënische toestand van de onderzochte toiletten (onderzochte oppervlakken) op de scholen te wensen overlaat.

    In fase drie van het onderzoek wordt gekeken naar het mogelijke effect op de hygiënische toestand van veranderingen in het schoonmaakprotocol, aanpassing van de inrichting van het toilet of voorlichting aan de gebruiker.

  • Schoonheid van openbare toiletten

    Uit het perceptieonderzoek onder 400 toiletbezoekers blijkt dat gebruikers redelijk tevreden zijn over de schoonheid van openbare toiletten, de gemiddelde beoordeling is een 7. De verschillen tussen de gemiddelde beoordelingen van de onderzochte locaties, station, warenhuis, vliegveld, fast food restaurant en ziekenhuis, zijn daarbij klein.

    Het kan opvallend genoemd worden dat toiletbezoekers over het algemeen tevreden zijn op het moment dat men van de toiletruimte afkomt. Als de toiletruimte er goed uitziet staat men vaak niet bij stil bij de vraag hoeveel bacterieën er op bijvoorbeeld een kraan zitten.

    De besmetting van de gebuiker van een openbaar toilet zal voornamelijk plaatsvinden via de handen. De deurklink, de kraan en het doortrekmechanisme worden met de hand(en) aangeraakt. Wanneer zo’n contactoppervlak besmet is met micro-organismen, kunnen deze worden overgedragen op de hand(en), waardoor deze besmet raken. Een persoon kan vervolgens deze micro-organismen binnen krijgen via voedsel, of door direct contact van de hand met de mond.

    Voor ieder micro-organisme bestaat een minimale infectie-dosis (MID). Dit is het aantal micro-organismen dat nodig is om een ziekte te veroorzaken. Het is echter niet zo dat iedereen die de minimale infectie-dosis binnen krijgt ook daadwerkelijk ziek wordt. Het is een grenswaarde waarboven een kans bestaat dat je ziek wordt.

    Besmet –> 10% overdracht –> de hand –> 80% overdracht –> de mond oppervlak

    De risicobeoordeling is gebaseerd op feitelijke gegevens afkomstig uit een steekproef van redelijke omvang. Op 5% van de onderzochte contactoppervlakken, zijn aantallen micro-organismen aangetroffen die kunnen leiden tot een blootstelling die bij de minimale infectie-dosis ligt. Dit brengt een risico om ziek te worden met zich mee. Daarbij is het risico om ziek te worden voor bepaalde groepen zoals ouderen, kinderen, zwangere vrouwen en mensen met een verzwakte weerstand groter dan voor andere groepen.

    Als gekeken wordt naar welke oppervlakken nu een risico vormen, blijkt uit het onderzoek dat op de kraan de grootste hoeveelheid micro-organismen wordt aangetroffen. Daar komt nog bij dat een kraan vaak nat is, waardoor de overdracht naar de handen extra makkelijk plaats kan vinden.

    Uit de risicobeoordeling blijkt dat er een risico is om ziek te worden door gebruik van een openbare toilet. In de gevallen waarbij sprake is van een mogelijk risico, zijn de gevonden aantallen k.v.e. (kolonie-vormende eenheden) echter klein. De aantallen liggen aan de onderkant van de range van de minimale infectie-dosis. Het risico om ziek te worden is dus klein, maar is wel aanwezig. Met andere woorden het risico om ziek te worden is niet nul.

    De vraag die niet is beantwoord in dit onderzoek, is of de toiletten besmet raken door verkeerd schoonmaken of door het gebruik of door een combinatie van beide. Om hier een uitspraak over te kunnen doen zouden toiletten bemonsterd moeten worden direct na het schoonmaken en na gebruik. Als blijkt dat de besmetting voortkomt uit het gebruik van de toilet, dan is vaker schoonmaken een goede optie om het risico van besmetting te verlagen. Wanneer blijkt dat de kwaliteit van het schoonmaken te wensen over laat, dan kan het besmettingsrisico verlaagd worden door de schoonmaakmethodiek te wijzigen.

    Soort

    Minimale infectie-dosis

    Escherichia coli *

    100 – 10.000

    Salmonella enteritidis *

    100.000 – 1.000.000

    Salmonella typhi *

    1000

    Shigella spec. *

    10 – 1000

    Pseudomonas spec.

    1.000.000

    Yersinia enterocolitica

    100.000.000 – 1.000.000.000

    * Deze micro-organismen behoren tot de Entero’s

    Tabel: Contactoppervlakken met 20 Shigella spec. of meer

    Contactoppervlak

    waarnemingen van 20 Shigella spec. of meer

    wc-bril

    4%

    deurklink

    0%

    kraan

    13%

    doortrekmechanisme

    3%

    Totaal (over alle gemeten contactoppervlakken)

    5%

    Het aantal waarnemingen in de toilettest, waarbij per contactoppervlak 20 Shigella spec. of meer zijn geteld. Dit is uitgedrukt als percentage van het totaal aantal waarnemingen en weergegeven in de tabel.

  • Het schoonmaakonderhoud van sanitaire ruimten op scholen

    Het schoonmaakonderhoud van sanitaire ruimten op scholen

    Kwaliteitscontroles hebben plaatsgevonden bij 21 scholen in Utrecht, variërend van kleuterscholen tot HBO-scholen.

    Resultaat

    Bij het overgrote deel van de sanitaire ruimten in de scholen werd meer dan 8% fouten geconstateerd. Als overdag een sterke vervuiling werd geconstateerd, was dit in het algemeen het gevolg van slecht uitgevoerde schoonmaakwerkzaamheden. De ouderdom en de geografische ligging bleken geen invloed te hebben op de kwaliteit van het schoonmaakonderhoud.

    Conclusie

    Van de onderzochte scholen is de schoonmaakkwaliteit van de sanitaire ruimten in de meeste gevallen onvoldoende.