• De ontwikkeling van een methode voor monsterafname en analyse van vervuiling op plafondplaten

    Resultaat

    Monstername door het lossnijden van de latex toplaag van plafonds levert uitstekende monsters voor de karakterisering van de vervuilende deeltjes op de plafonds zonder dat het opvallende schade aan het plafond teweegbrengt. De vuildeeltjes kunnen worden onderzocht “zoals ze zijn” en het is zeker dat alle deeltjes worden gezien. Met elektronenmicroscopie wordt een representatieve beeld gemaakt van de vuildeeltjes. Tegelijkertijd wordt met RMA (Röntgen Micro Analyse) de elementaire samenstelling van de deeltjes vastgesteld. Dit maakt een goede identificatie mogelijk van de kleine deeltjes. Met GC-MS (een analysemethode) zijn slechts zeer geringe hoeveelheden geadsorbeerde stoffen aangetoond. De geadsorbeerde stoffen spelen geen rol als bron voor verontreinigingen in de ruimte waar de plafondplaten hangen.

    Conclusie

    De hypothese omtrent de samenstelling van het plafondvuil lijkt in grote lijnen bevestigd te worden: het zijn vooral kleine deeltjes die worden aangetroffen op de plafondplaat naast enkele grotere deeltjes die uit plafondplaatmateriaal zelf bestaan. De concentratie van die deeltjes is echter gering. Niet aangetroffen worden vezels van katoen of synthetische weefsels. Hetzelfde geldt voor pollen (stuifmeel) en (delen van uitwerpselen van) micro-organismen.

  • Vervuiling en reiniging van hardminerale plafondplaten; een literatuurstudie

    Resultaat

    Hardminerale plafondplaten bestaan uit een gedroogde slurry van hardminerale vezels of vlokken, klei, organische bindmiddelen en andere toevoegingen om de platen speciale eigenschappen te geven. Voor de reiniging is de afwerklaag van de plaat belangrijk.

    Literatuur omtrent de samenstelling van de vervuiling is niet gevonden. Daarom is een verklarend model opgesteld, dat uitgaat van de stelling dat al het op de plafondplaat aanwezige vuil via de lucht is aangevoerd. Dampen en zeer kleine deeltjes (kleiner dan 2mm in diameter) zweven in de lucht en geraken bij het plafond. Deeltjes tot enkele tientallen mm kunnen bij opwaartse luchtstroming bij het plafond komen. De vervuiling hangt dus af van de luchtstroming. Vuil dat bij het plafond komt hecht door adsorptie (dampen), Van der Waals-krachten en electrostatische krachten (kleine deeltjes). Op basis van dit model zijn mogelijke vervuilingen: huidschilfers, (resten van) micro-organismen en hun allergene producten, pollen, vezels uit de plafondplaat, fijn bouwstof en sigarettenrook. Experimenteel onderzoek is nodig om deze hypothesen te valideren.

    Alle toegepaste plafondreinigingsmiddelen, hoe verschillend verder ook in samenstelling, bevatten oxidatie-middelen. Sommige middelen bevatten ook enzymen, maar dit lijkt weinig zinvol en wellicht schadelijk. Nader onderzoek naar de werking van de middelen is gewenst.

    Conclusie

    Op basis van een in dit onderzoek ontwikkeld model kunnen zinvolle veronderstellingen worden gemaakt omtrent mogelijke vervuiling van plafondplaten. Op grond van dit onderzoek is gestructureerd vervolgonderzoek mogelijk.