• Beschrijving en vergelijking van methoden voor kauwgom-verwijdering; een literatuurstudie

    Resultaat

    Jaarlijks worden in Nederland naar schatting meer dan 1 miljard kauwgomplakken op storende plaatsen achtergelaten. Deze plakken vormen een groot en hardnekkig schoonmaakprobleem.

    Kauwgom is een complex materiaal dat voor ongeveer eenderde bestaat uit een gombasis en voor tweederde uit zoetmakers (suikers of poly-olen, waarvan xylitol de meest bekende is). Daarnaast worden enkele andere stoffen toegevoegd, waaronder smaakstoffen.

    De gekauwde kauwgom bestaat voor eenderde uit gombasis en voor tweederde uit water (speeksel). We veronderstellen dat dit water binnen enkele dagen uit de plak verdampt, waardoor die stijver en harder wordt. Ook nemen we aan dat andere processen, zoals verouderen onder invloed van licht en lucht en het opnemen van zand en ander vuil, in die zelfde richting werken. Er is echter geen onderzoek bekend dat de veranderingen in de kauwgomplak beschrijft.

    De uitgedroogde kauwgom lijkt in veel opzichten op de originele kauwgom. De plak is niet oplosbaar (althans niet in een redelijk tijdsbestek), ook niet met chemische middelen of bij verhoogde temperatuur. Dit maakt kauwgom tot een bijzonder lastige vuilsoort.

    Zeven methoden van kauwgomverwijdering

    Strikt mechanische methoden

    1. Afsteken

    2. Hoge druk waterstralen

    Mechanische methoden ondersteund door koelen

    3. Vloeibare stikstof

    4. Droogijsstralen

    5. Aerosol-methode

    Mechanische methoden ondersteund door verwarmen

    6. Stoomreinigen

    Mechanische methoden ondersteund door chemische middelen

    7. Kauwgomverwijderaars

    Een belangrijk aspect voor het wegen van de methoden is of zij voldoende goed reinigen (geen restvlek achterlaten) en geen schade veroorzaken op de materialen waarop de methode bedoeld is toegepast te worden.

    Onderstaand worden de verschillende methoden kort besproken:

    Afsteken

    Van vlakke, gesloten oppervlakken worden de plakken afgestoken met een spatel aan een lange steel. De losse plak gaat in de afvalbak. Afsteken is waarschijnlijk de oudste en meest toegepaste techniek. Bij toepassing op straattegels bestaat kans op restvlekken van kauwgom die in de poriën van de stenen is gedrongen. Bij onjuist gebruik van de spatel kan op zachtere afwerkmaterialen zoals linoleum schade ontstaan.

    Hoge druk waterstralen

    Met behulp van een hogedruk waterspuit wordt de kauwgomplak en al het andere vuil verwijderd. Bij voorkeur wordt een roterend systeem met twee nozzles die scherpe stralen leveren gebruikt. Bij hardnekkige vervuiling kan warm water (85 graden) worden gebruikt. Ondanks de hoge druk (circa 250 bar bij gebruik van speciale lansen) wordt met name jonge (dus zachte) kauwgom niet goed verwijderd. Ook blijven soms restvlekken achter. Door de benodigde hoeveelheid water binnen niet te gebruiken.

    Vloeibare stikstof

    Uit een verrijdbare voorraadtank met vloeibaar stikstof wordt ca. 3 seconden stikstof geblazen op de plak. De brosse plak wordt bewerkt met een slaginstrument. Vervolgens worden de resten van het oppervlak geschraapt met een mes of een krabber. De restanten worden opgezogen. Deze techniek wordt al vele jaren toegepast op plaatsen waar gewoon afsteken niet werkt, zoals bijvoorbeeld rubber matten, tapijt en stoelbekleding. Op tapijt lijken direct na de kauwgomverwijdering lichte vlekken te ontstaan, maar deze trekken na enige minuten weg. Kauwgom in voegen is niet goed te verwijderen. In uitzonderingsgevallen is het textiel niet bestand tegen de mechanische bewerking (met slaginstrument) na bevriezen.

    Droogijsstralen

    Korrels droogijs ter grootte van rijstkorrels worden door overdruk op de kauwgomplak geblazen. De plak verpulvert binnen een seconde en wordt in de lucht verspreid. De zeer fijn verdeelde restanten worden opgeveegd. Deze techniek wordt al enige jaren commercieel toegepast. Vuil kan niet uit poreuze materialen worden verwijderd. Op niet vlakke oppervlakken, zoals grinttegels, vereist de kauwgomverwijdering meer arbeidstijd. Bij toepassing op tegels zijn geen restvlekken opgemerkt. Wel is er sprake van schone vlekken, met name als de tegel verder vervuild is.

    Aërosolbussen

    Uit een spuitbus wordt gedurende circa 10 seconden lage koolwaterstoffen op de kauwgomplak gespoten. Door de plotselinge expansie koelt het drijfgas snel af en daarmee ook de kauwgomplak. De brosse plak wordt bewerkt met een slaginstrument en breekt. De brokstukken worden van het oppervlak geschraapt en daarna opgezogen. Aërosolbussen worden met name ingezet op tapijt, rubber matten en bekleding van stoelen. Op tapijt is meestal geen sprake van een restvlek.

    Stoomreinigen

    De plak wordt gedurende enkele seconden met stoom verwarmd. Vervolgens wordt de plak met dezelfde machine verwijderd (door middel van water onder hoge druk). Verwijderen van suikervrije kauwgom lukt alleen nadat de plak zo’n 30 seconden is voorgeweekt met behulp van een pasta of een vernevelbaar middel van een neutraal, oplosmiddelvrij product.

    Het toepassingsgebied van deze methode zijn openbare ruimten zoals perrons, stationshallen, e.d. Ook van gewassen grinttegels en bakstenen wordt de kauwgom goed verwijderd. Bij toepassing op tegels zijn geen restvlekken opgemerkt.

    Chemische middelen

    De plak wordt behandeld met het chemisch middel door onderdompelen, deppen, injecteren of door opstrijken en moet 15 tot 20 minuten inwerken. Bij sommige middelen moet de behandeling regelmatig worden herhaald. Na het inwerken wordt de plak met bijvoorbeeld een spatel van de ondergrond verwijderd. Opgeloste resten worden met een schone doek verwijderd. De gehele behandeling moet soms worden herhaald. Vervolgens goed naspoelen met water.Gezien de arbeidsintensieve aard van deze methode zal toepassing zich beperken tot particuliere huishoudens. De chemische middelen kunnen de ondergrond beschadigen door het oplossen van kleurstoffen, lijmen dan wel de ondergrond. Voor deze effecten wordt gewaarschuwd op de verpakkingen van de middelen.

    Conclusie

    Kauwgomverwijderingsmethoden in gebouwen

    Afsteken blijkt de goedkoopste methode te zijn, maar is slechts beperkt toepasbaar in verband met restvlekken en schade. De overige methoden die voor gebruik in gebouwen in aanmerking komen zijn allemaal veel duurder. Vloeibare stikstof is relatief gezien nog het goedkoopste, op voorwaarde dat er voldoende plakken moeten worden verwijderd. Op een groot project kan deze methode lonend zijn. Het enige mogelijke alternatief voor kauwgomverwijdering in gebouwen op grotere schaal zou droogijsstralen kunnen zijn. Voor kleinschalige problemen op moeilijke materialen in gebouwen vormen de aërosolbussen de enige afdoende oplossing.

    Kauwgomverwijderingsmethoden voor buiten

    Afsteken is bij grote oppervlakken (vaak letterlijk) onbegonnen werk en op ruwe materialen (gewassen grinttegels) of materialen met veel voegen (straatstenen) niet effectief. Buiten worden verder drie straalmethoden (water onder hoge druk, droogijs en stoomreiniging) toegepast. Water is, ook bij bijzonder hoge drukken, niet erg effectief. Dit geldt zeker voor jonge plakken die nog elastisch zijn. Bij dergelijke elastische plakken zijn zeer grote krachten nodig om de plak te scheuren. Na toepassing van stoom wordt de plak zoveel zachter en visceuzer dat de elasticiteit grotendeels verdwijnt en de plak veel eenvoudiger is te verwijderen. De straalmethoden vereisen de nodige vakkennis, ook om veilig te kunnen werken. Daarom lenen deze methoden zich met name voor toepassing door (specialistische) schoonmaakbedrijven. De toepassing van deze methoden is daarbij zeker niet beperkt tot het verwijderen van kauwgom.

    Noot van de redactie: Het onderzoek is in 1996 uitgevoerd. De wereld heeft echter niet stilgestaan. Hoewel alle genoemde methoden nog steeds worden toegepast, heeft sinds 1996 stoomreiniging onder lage druk (4 bar) in combinatie met een reinigingsmiddel haar intrede gedaan. Deze methode heeft als voordeel voor relatief weinig overlast te zorgen. De methode is zowel binnen als buiten te gebruiken en laat geen restvlekken achter.

  • Vervuiling en reiniging van hardminerale plafondplaten; een literatuurstudie

    Resultaat

    Hardminerale plafondplaten bestaan uit een gedroogde slurry van hardminerale vezels of vlokken, klei, organische bindmiddelen en andere toevoegingen om de platen speciale eigenschappen te geven. Voor de reiniging is de afwerklaag van de plaat belangrijk.

    Literatuur omtrent de samenstelling van de vervuiling is niet gevonden. Daarom is een verklarend model opgesteld, dat uitgaat van de stelling dat al het op de plafondplaat aanwezige vuil via de lucht is aangevoerd. Dampen en zeer kleine deeltjes (kleiner dan 2mm in diameter) zweven in de lucht en geraken bij het plafond. Deeltjes tot enkele tientallen mm kunnen bij opwaartse luchtstroming bij het plafond komen. De vervuiling hangt dus af van de luchtstroming. Vuil dat bij het plafond komt hecht door adsorptie (dampen), Van der Waals-krachten en electrostatische krachten (kleine deeltjes). Op basis van dit model zijn mogelijke vervuilingen: huidschilfers, (resten van) micro-organismen en hun allergene producten, pollen, vezels uit de plafondplaat, fijn bouwstof en sigarettenrook. Experimenteel onderzoek is nodig om deze hypothesen te valideren.

    Alle toegepaste plafondreinigingsmiddelen, hoe verschillend verder ook in samenstelling, bevatten oxidatie-middelen. Sommige middelen bevatten ook enzymen, maar dit lijkt weinig zinvol en wellicht schadelijk. Nader onderzoek naar de werking van de middelen is gewenst.

    Conclusie

    Op basis van een in dit onderzoek ontwikkeld model kunnen zinvolle veronderstellingen worden gemaakt omtrent mogelijke vervuiling van plafondplaten. Op grond van dit onderzoek is gestructureerd vervolgonderzoek mogelijk.

  • Vergelijkend onderzoek van sproeireinigen en klamvochtig reinigen

    Methode

    Hiervoor werden proeven onder laboratoriumomstandigheden uitgevoerd en tevens werd een proefopzet voor praktijkomstandigheden ontwikkeld.

    De uitvoering van het laboratoriumonderzoek bestond uit het onder gecontroleerde omstandigheden aanbrengen van verschillende soorten vlekken op diverse afwerkmaterialen, die voor dagelijks interieur- en sanitaironderhoud in de praktijk worden aangetroffen. Deze standaard bevuilde afwerkmaterialen zijn gereinigd met behulp van een gedefinieerde methodiek voor sproeireinigen en klamvochtig reinigen. Hiermee werd respectievelijk de reinigingstijd en het reinigingseffect van de methodiek sproeireinigen in vergelijking met de methodiek klamvochtig reinigen bepaald.

    Conclusie

    • Gegeven de onderzoeksomstandigheden bestond er geen significant verschil ten aanzien van de benodigde hoeveelheid tijd om vlekken te verwijderen tussen sproeireinigen en klamvochtig reinigen.
    • Gegeven de onderzoeksomstandigheden was sproeireinigen significant beter (efficiënter) in vlekverwijdering dan klamvochtig reinigen.

  • Voorstudie naar een relatie tussen het institutionele schoonmaakonderhoud en het schoonmaakonderhoud en het stofniveau in de lucht van een binnenruimte

    Resultaten en conclusie

    Er heeft weinig onderzoek plaatsgevonden naar de relatie tussen verschillende institutionele schoonmaaksystemen en het stofniveau in de binnenlucht. De conclusie van een recent Deens onderzoek is dat tapijten relatief frequent gereinigd dienen te worden ten behoeve van de vermindering van het aantal stofdeeltjes en bacteriën in de binnenlucht. De conclusie van een Amerikaans onderzoek is dat het aantal stofdeeltjes in de lucht in een ruimte toeneemt tijdens het stofzuigen van die ruimte.

    Het is bekend dat slecht schoongemaakt tapijt kan leiden tot een relatief hoog stofniveau in de binnenlucht. Er is nog niets bekend over de invloed van slecht schoongemaakte harde vloer- en interieuroppervlakken op het stofniveau in de binnenlucht.

    Noot van de redactie: Dit onderzoek betrof een voorbereidend onderzoek dat voor de beleidsvorming binnen VSR en de vervolgonderzoeken van grote waarde is geweest.

  • Het reinigingseffect van stofzuigen, wissen, rolvegen en zwabberen op vijf verschillende harde vloeroppervlakken

    Resultaat en conclusie

    Door stofzuigen wordt een hard vloeroppervlak visueel effectiever gereinigd dan door wissen, zwabberen of rolvegen. Alleen bij het reinigen van een noppenvloer wordt het stofzuigen in zijn visueel reinigingseffect geëvenaard, namelijk door het zwabberen.

    Visueel geeft stofzuigen een gelijkmatiger reinigingseffect van een oppervlak dan de andere reinigingsmethoden.

    Tussen het visueel reinigingseffect van het wissen met een wisdoekje en het zwabberen op een hard vloeroppervlak bestaat geen verschil. Door rolvegen wordt een harde vloeroppervlak vaak visueel minder effectief gereinigd dan door stofzuigen, wissen en zwabberen. Echter bij het reinigen van een tegelvloer heeft het rolvegen een beter visueel reinigingseffect dan het zwabberen.

    Kleine stof/vuildeeltjes worden door het wissen het meest effectief verwijderd, gevolgd door het zwabberen. Door stofzuigen en rolvegen worden deze stof/vuildeeltjes minder effectief verwijderd.

    Grote stof/vuildeeltjes worden door het stofzuigen het meest effectief verwijderd, gevolgd door het zwabberen en rolvegen. Door rolvegen worden deze stof/vuildeeltjes minder effectief verwijderd.

  • Het reinigingseffect van stofzuigen met combinatiezuigmond, stofzuigen met borstelende zuigmond, borstelzuigen en sproeiextraheren op laagpolig velours tapijt

    Methode

    Ten behoeve van deelonderzoek 1 zijn meerdere stukken velours tapijt (ieder 63 x 21,5 cm) 25 maal bevuild, gewogen, gezogen en weer gewogen. Er waren twee variabelen. Ten eerste: er werd gereinigd met drie verschillende apparaten: stofzuiger met combinatie zuigmond, stofzuiger met borstelende zuigmond en borstelzuiger. Ten tweede: Sommige stukken tapijt werden dagelijks gezogen en sommige stukken tapijt werden wekelijks gezogen.

    Ten behoeve van deelonderzoek 2 zijn, na afloop van deelonderzoek 1, de vuile stukken velours tapijt intensief gereinigd met een stofzuiger met combinatiezuigmond, een stofzuiger met borstelende zuigmond, een borstelzuiger, een lichte sproeiextractiemachine en een zware sproeiextractiemachine.

    Resultaat en conclusie

    – Dagelijks stofzuigen met combinatiezuigmond op laagpolig velours tapijt geeft een groter reinigingseffect dan wekelijks stofzuigen.
    – Dagelijks stofzuigen met borstelende zuigmond op laagpolig velours tapijt geeft een groter reinigingseffect dan wekelijks.
    – Dagelijks borstelzuigen op laagpolig velours tapijt geeft een groter reinigingseffect dan wekelijks borstelzuigen.
    – Er is geen verschil in reinigingseffect tussen stofzuigen met combinatiezuigmond, stofzuigen met borstelende zuigmond en borstelzuigen op laagpolig velours tapijt.
    – Het reinigingseffect van stofzuigen op laagpolig bouclé tapijt is groter dan van stofzuigen op laagpolig velours tapijt.
    – Het reinigingseffect van intensief stofzuigen op laagpolig velours tapijt is groter dan dat van intensief stofzuigen met borstelende zuigmond of intensief borstelzuigen. Het reinigingseffect van intensief stofzuigen met borstelende zuigmond is weer groter dan het reinigingseffect van intensief borstelzuigen.
    – Er is geen duidelijk verschil in reinigingseffect tussen sproeiextractie met een lichte of een zware machine op laagpolig velours tapijt.
    – Het inweken van het vuile tapijt gevolgd door sproeiextractie met de zware machine is effectiever dan de eerst genoemde sproeiextractiemethoden.
    – Het reinigingseffect van intensief stofzuigen op laagpolig bouclé tapijt is groter dan van intensief stofzuigen op laagpolig velours tapijt.
    -Het reinigingseffect van sproeiextraheren van laagpolig bouclé tapijt is iets groter dan sproeiextraheren van laagpolig velours tapijt.

  • Aanpassing van het kwaliteitsmeetsysteem

    Het onderzoek is uitgevoerd in een ziekenhuis en twee kantoorgebouwen. De vereenvoudiging van de inventarisatie is in de twee kantoorgebouwen beproefd. De implementatie van het periodieke schoonmaakonderhoud in de kwaliteitscontrole volgens VSR-KMS is onderzocht in een ziekenhuis en één van de twee kantoorgebouwen. De keuze is op deze objecten gevallen omdat VSR-KMS bij dit soort objecten het meest wordt toegepast.

    Resultaat

    – De keuze voor de ruimte als de beoordelingseenheid in plaats van het karakteristieke element, zal niet van invloed zijn op het oordeel over de kwaliteit van het schoonmaakonderhoud.
    – Implementatie van het periodieke schoonmaakonderhoud in VSR-KMS is mogelijk.
    – De nu geldende AQL-waarden binnen VSR-KMS behoeven niet te worden aangepast.
    – De goedkeurtabellen behoeven niet te worden uitgebreid met MAF-waarden groter dan 40.