• Haalbaarheidsstudie tapijtonderzoek

    Resultaat

    De hoeveelheid stof/vuil dat een tapijt bevat is van een groot aantal factoren afhankelijk: samenstelling van het stof, locatie van het tapijt, soort tapijt (velours, bouclé of naaldvilt, en hoog- of laagpolig), grondstof van het tapijt (natuurlijke en/of kunststoffen), reinigingstijd, reinigingsmateriaal.

    Er zijn 8 kwantitatieve stofmeetmethoden gevonden. In het rapport staan de methoden en de voor- en nadelen per methode genoemd.

    Het bevuilen van tapijt op een standaard manier wordt vaak gedaan door tapijt samen met standaardvuil en een tetrapod (een apparaat met vier voetjes) in een trommel te stoppen. Deze trommel laat men draaien. De tetrapod simuleert dan het lopen op tapijt.
    Voor wat betreft het standaardvuil zijn verschillende stoffen ontwikkeld die natuurlijke bevuilingen nabootsen.

    Conclusie

    Er bestaan drie geschikte meetmethoden voor het effectiviteitsverschil door verschillen in frequenties van stofzuigen:
    1. Tapijt standaard bevuilen, wegen, normaal stofzuigen en weer wegen.
    2. Tapijt standaard bevuilen, wegen, zuigen met een gestandaardiseerde stofzuiger en weer wegen.
    3. Monsters nemen van in gebruik zijnd tapijt, de toegepaste stofzuigfrequentie achterhalen, de hoeveelheid stof bepalen met de “stansmethode” (= een meetmethode om de hoeveelheid stof in tapijt te bepalen).

  • Schoonmaakonderhoud en stof.Deel 2: Literatuuronderzoek

    Resultaten

    Inhalatie en depositie van aërosolen (zwevende deeltjes) in de longen kunnen verschillende effecten op de longen hebben, variërend van een gevoel van onbehagen tot een kwaadaardige celwoekering in de longen. Daarom is het belangrijk dat de concentratie stof in de omgeving van mensen zo laag mogelijk gehouden wordt.
    De mate van verontreiniging van kantoorgebouwen wordt met name beïnvloed door:
    – mensen en hun activiteiten;
    – airconditioningssystemen;
    – het type vloerbedekking; zachte vloerbedekking kan als verzamelplaats voor stof fungeren;
    – de kwaliteit en de kwantiteit van het schoonmaakonderhoud.

    Conclusie

    Er blijkt een gebrek aan kennis te bestaan over het verband tussen de gezondheid van mensen en het kwaliteitsniveau van het schoonmaakonderhoud. Kennis hierover zou verkregen kunnen worden door het uitvoeren van praktisch onderzoek, bijvoorbeeld:
    1. Onderzoek naar de hoeveelheid stof die maximaal op een oppervlak mag liggen om te voorkomen dat de norm voor deeltjes in de lucht wordt overschreden.
    2. Onderzoek naar het effect van schoonmaken op de hoeveelheid stof op de grond en in de lucht; bijv. na stofzuigen, moppen, vegen.

  • Schoonmaakonderhoud en stof. Deel 1: inventarisatie

    Resultaten

    De onderzoeksinstellingen, circa 15, die zich met stofonderzoek bezig houden, of hebben gehouden, worden in het rapport op alfabetische volgorde behandeld. De gevonden literatuur staat ook vermeld in het rapport; het betreft 40 titels.

    Conclusie

    De instellingen die met name bezig zijn (geweest) met stofonderzoek zijn: Landbouwuniversiteit Wageningen, SCMO-TNO, MT-TNO, Camraso (Engeland), Forbo-Krommenie. Een literatuurbron die hier met name genoemd dient te worden is de publicatie van Schneider et al.
    De onderzoeksonderwerpen waren:
    – Methoden ontwikkeling voor het meten van de effectiviteit van schoonmaakonderhoud.
    – Kwantitatieve stofmetingen.
    – Kwalitatieve stofmetingen.
    – ‘Sick Building’ onderzoek m.b.v. enquêtes.
    Noot van de redactie: Dit onderzoek betrof een voorbereidend onderzoek dat voor de beleidsvorming binnen VSR en de vervolgonderzoeken van grote waarde is geweest.
    Klik hier voor het volledige onderzoek

  • De effectiviteit van schoonloopmatten

    Resultaat

    Toepassing van schoonloopmatten geeft een aanzienlijke reductie van de hoeveelheid vuil die, verder dan de ingang, een gebouw wordt binnengelopen. Verder blijkt dat ook de zichtbare vervuiling van tapijten in gebouwen sterk vermindert.
    Uit de onderzoeksresultaten bleek dat aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan, teneinde schoonloopmatten effectief te laten zijn:
    1. De matten moeten dagelijks gestofzuigd worden;
    2. De schoonloopzone moet lang genoeg zijn. Bij voorkeur 5 tot 6 meter lang;
    3. De matten moeten een grote affiniteit hebben tot vuil en dat vuil goed vasthouden.

    Conclusie

    Met het gebruik van schoonloopmatten kan een besparing worden bereikt op de schoonmaakkosten van met name het vloeronderhoud.

  • Robotisering in de schoonmaakbranche

    Resultaat

    Firma’s die vloerreinigingsrobots op de markt brengen, zijn:
    – firma Robosoft te Frankrijk,
    – firma Electrolux Japan Co. te Japan.

    Firma’s die glasreinigingsrobots op de markt brengen, zijn:
    – firma Jokohama Rubber Co. te Japan,
    – firma International Robotics Technology te U.S.A.

    De verplaatsing van de robots geschiedt op een frame dat genoeg houvast biedt aan de schoonmaakhandeling. Bij het schoonmaken van vloeren wordt veelal gebruik gemaakt van een mobiel (op wielen) frame. Bij glasreiniging moet gebruik gemaakt worden van andere technieken zoals: gevelgondels, hoogwerkers en of aankleving met zuignappen dan wel magneten.

    De besturing van robots kan via verschillende technieken plaatsvinden:
    1. Langs het schoon te maken traject is een geleider aangebracht.
    2. Bij botsing terugkeren op de afgelegde weg.
    3. Met een voeler voortdurend bijsturen.
    4. Teach and playback; men leidt de robot over een traject dat door de robot onthouden moet worden.
    5. Computermatige besturing op afstand.

    Men tendeert naar het gebruik van een besturingssysteem door middel van sensoren. Vooral het gebruik van optische sensoren in reinigingsrobots is geschikt voor de schoonmaakbranche.

    Conclusie

    Wereldwijd is men bezig de reinigingsrobot verder te ontwikkelen. Dit rapport moet als een tussenstand gezien worden.

    Noot van de redactie: Gesteld kan worden dat de technische ontwikkelingen sinds het onderzoek niet hebben stilgestaan. Wel mag geconcludeerd worden dat de inzet van schoonmaakrobots een minder hoge vlucht genomen heeft als toen was ingeschat. Robots zijn met name interessant voor gevaarlijke situaties (denk aan kerncentrales) of moeilijk bereikbare plaatsen (zoals bijvoorbeeld de koepel van het Duitse parlementsgebouw in Berlijn).

  • De mogelijkheden van het opzetten van een schoonmaakbarometer

    Uit de uitgevoerde enquête bleek onder andere dat:

    – Er bestaat een statistisch significant verschil tussen de beoordeling door personeelsleden bij bedrijven waarbij “in eigen beheer” wordt gereinigd en de werknemers bij firma’s waarbij het schoonmaakbedrijf is ingeschakeld: de beoordeling bij de eerste groep is gunstiger. Dit verschil kan niet verklaard worden door bedrijfsomvang of opleiding. Het is niet uitgesloten dat men bij de beoordeling vriendelijker is tegenover “het eigen personeel” dan tegenover personeel van een schoonmaakbedrijf.

    – Er is ook een duidelijk verschil in twee experimenten tussen de beoordeling door mannen en door vrouwen. Over het algemeen beoordelen vrouwen het schoonmaakonderhoud lager. De oorzaak hiervan is nog niet achterhaald.

    – Verder bleek dat lager opgeleiden de schoonmaak wat positiever beoordelen, terwijl werknemers bij grotere bedrijven (500+ werknemers) over het algemeen minder positief waren.

    – Meer dan driekwart van de werknemers (79%) geeft tenminste een voldoende voor de staat van reiniging.

  • Op weg naar een markgericht beleid in de schoonmaaksector

    Allereerst is er de beleidsbeslissing of gekozen wordt voor schoonmaak in eigen beheer of uitbesteden. Vervolgens beslist in de meeste gevallen de directie over de keus voor een schoonmaakbedrijf. De selectiecriteria die zij hierbij dikwijls hanteren, zijn sterk gericht op het verminderen van de onzekerheid over de kwaliteit van het aanbod van diensten. De belangrijkste kwaliteitsbepalende factoren zijn het personeel, de communicatie en de organisatie van het schoonmaakbedrijf, waarbij natuurlijk ook de prijs een belangrijke rol in het koopbeslissingsproces speelt. Veelal wordt vervolgens slechts één aanbieder gecontracteerd, waarbij in de meeste gevallen wordt gewerkt met jaarcontracten waarna herinschrijvingen worden gehouden.

    In het algemeen valt het opstellen en het beheer van het schoonmaakbudget onder de verantwoording van het Hoofd Interne Dienst. Verder kan de controle op de geleverde schoonmaakdiensten plaatsvinden op basis van aanneemsom of uren. Deze controle van de kwaliteit van het geleverde werk vindt plaats volgens een door opdrachtgever en aanbieder geaccepteerde methode, waarbij overigens het VSR-Kwaliteitsmeetsysteem grote naamsbekendheid geniet.

    Conclusie

    Voor professionele schoonmaakbedrijven is een gedegen kennis over het afnemersgedrag en de daarop van invloed zijnde factoren onontbeerlijk, opdat zij op de wensen en verlangens van de opdrachtgevers adequaat kunnen inspringen.