• Stof en stofbestrijding

    Resultaat

    Stof bestaat uit vaste deeltjes van 0,01 micrometer tot 100 micrometer. De laatste jaren wordt met name veel aandacht besteed aan de gezondheidseffecten van kleine stofdeeltjes, omdat die in grote aantallen aanwezig zijn, relatief veel oppervlak hebben en diep doordringen in het ademhalingssysteem van de mens. Stof in gebouwen verslechtert de kwaliteit van het binnenmilieu, hetgeen zich uit in klachten van de bewoners.

    Niet alleen de eigenschappen van de stofdeeltjes zelf, maar ook de daaraan geadsorbeerde stoffen kunnen gezondheidsklachten veroorzaken. Ook mensen die geen allergie hebben kunnen toch last krijgen van stof als gevolg van het feit dat de moderne mens circa 85% van de tijd in panden doorbrengt.

    Veel voorkomende, stofgerelateerde klachten zijn het zich ergeren aan de aanwezigheid van stof, hinder van reflecties op bijvoorbeeld beeldschermen, dufheid, het ervaren van de ingeademde lucht als droog, en vooral gezondheidsklachten met betrekking tot de ademhalingswegen.

    Het voorkómen of verminderen van stofgerelateerde klachten richt zich vaak op bouwtechnische aspecten van gebouwen. Een belangrijke bron van fijn stof is echter de mens zelf; die bron kan niet worden weggenomen. Schoonmaakonderhoud is en blijft dus een belangrijk onderdeel van gebouwbeheer dat gericht is op een gezond binnenmilieu.

    Conclusie

    Het literatuuronderzoek heeft aangetoond dat er een relatie is tussen gezondheidsklachten van de bewoners en de kwaliteit van het binnenmilieu in kantoorgebouwen. De klachten worden vaak veroorzaakt door een samenspel van oorzaken, waarvan stof er een kan zijn.

  • Op weg naar een markgericht beleid in de schoonmaaksector

    Allereerst is er de beleidsbeslissing of gekozen wordt voor schoonmaak in eigen beheer of uitbesteden. Vervolgens beslist in de meeste gevallen de directie over de keus voor een schoonmaakbedrijf. De selectiecriteria die zij hierbij dikwijls hanteren, zijn sterk gericht op het verminderen van de onzekerheid over de kwaliteit van het aanbod van diensten. De belangrijkste kwaliteitsbepalende factoren zijn het personeel, de communicatie en de organisatie van het schoonmaakbedrijf, waarbij natuurlijk ook de prijs een belangrijke rol in het koopbeslissingsproces speelt. Veelal wordt vervolgens slechts één aanbieder gecontracteerd, waarbij in de meeste gevallen wordt gewerkt met jaarcontracten waarna herinschrijvingen worden gehouden.

    In het algemeen valt het opstellen en het beheer van het schoonmaakbudget onder de verantwoording van het Hoofd Interne Dienst. Verder kan de controle op de geleverde schoonmaakdiensten plaatsvinden op basis van aanneemsom of uren. Deze controle van de kwaliteit van het geleverde werk vindt plaats volgens een door opdrachtgever en aanbieder geaccepteerde methode, waarbij overigens het VSR-Kwaliteitsmeetsysteem grote naamsbekendheid geniet.

    Conclusie

    Voor professionele schoonmaakbedrijven is een gedegen kennis over het afnemersgedrag en de daarop van invloed zijnde factoren onontbeerlijk, opdat zij op de wensen en verlangens van de opdrachtgevers adequaat kunnen inspringen.

  • Stichtingkosten en schoonmaakkosten, bouwkundig research

    Resultaat

    Aan het stichten van een gebouw zijn hoge kosten verbonden, die afhankelijk zijn van het aantal vierkante en kubieke meters van het gebouw, de toegepaste materialen en de wijze waarop gebouwd is (ontwerp, bouwwijze en kwaliteit).

    Er bestaat, zo blijkt uit dit onderzoek, een feitelijk verband tussen de materiaaltoepassing in het kader van de stichtingskosten van een gebouw en de hoogte van de (toekomstige) schoonmaakkosten. Dit wil zeggen dat de in een gebouw toegepaste materialen van invloed zijn op de latere schoonmaakkosten van dat gebouw. Zo blijken er opvallende verschillen te bestaan tussen de gebruikte materialen: Een goedkoop afwerkingsmateriaal kan vrij duur in schoonmaakonderhoud zijn, terwijl een in aanschaf duur materiaal misschien wel eenvoudig (en dus goedkoop) schoon is te houden. Ondanks een aantal beperkingen (veelomvattende, lastige berekening van de schoonmaakkosten, onzuiverheden in de gebruikte berekeningsmethodiek) blijkt het toch mogelijk te zijn om een vergelijking te maken op basis van de totale kosten (stichtingskosten, kosten van bouwkundig onderhoud en schoonmaakkosten) van verschillende afwerkingsmaterialen in één en dezelfde ruimte. Nu er overduidelijk in dit haalbaarheidsonderzoek een verband wordt gelegd tussen de kosten van het stichten en het exploiteren (onderhouden) van gebouwen, is het mogelijk geworden betrokkenen reeds in het ontwerpstadium over de schoonmaaktechnische gevolgen te adviseren.