• Onderzoek naar de effectiviteit van een stofzuiger

    Resultaat en conclusie

    De effectiviteit van het stofzuigen (het reinigingseffect) wordt bepaald door het zuigvermogen, de mechanische werking van de zuigmond, het zuigtempo (snelheid waarmee het mondstuk over het tapijt gaat), type te zuigen vloer en type te zuigen vuil.
    – Het zuigvermogen: is direct afhankelijk van de constructie van alle onderdelen van een stofzuiger.
    – Het motorvermogen: de stofopname neemt na het bereik van 800 Watt nog slechts weinig toe.
    – Het mondstuk: de keuze van het juiste mondstuk is afhankelijk van het zuigvermogen, gemeten aan het einde van de slang, en de te zuigen vloerbedekking. Slijtage aan het mondstuk beïnvloedt de zuigprestaties negatief.
    – Het filtersysteem: Het gebruik van een electreetfilter verhoogt het reinigingseffect. Mits de stofzak de wand van de ketel niet raakt geldt: hoe groter de stofzak, des te groter de luchtsnelheid is en des te hoger het zuigvermogen. Een slechte technische aansluiting van een filter is nadelig voor het zuigvermogen.
    – Het zuigtempo: Een optimale stof- en vuilverwijdering wordt bereikt bij een zuigtempo van ca. 0,5 m/s. Bij een zuigtempo van 1,5 m/s wordt meer stof per tijdseenheid opgezogen, maar er blijft wel meer stof achter in het tapijt dan bij een zuigtempo van 0,5 m/s.
    – De vloer: Het materiaal, de constructie en de leeftijd van vloerbedekking hebben invloed op de stof- en vuilopname. Wollen tapijt laat zich effectiever stofzuigen dan kunststof tapijt en ingelopen tapijt laat zich effectiever stofzuigen dan nieuw tapijt.
    – Het vuil: Stof dat nog niet de pool is ingetrapt laat zich gemakkelijker verwijderen dan stof dat al wel de pool is ingetrapt.

    Met behulp van de norm IEC-312 kan de doelmatigheid van stofzuigers gemeten worden en daarmee is deze norm ook geschikt voor vergelijkingen van de doelmatigheid van verschillende stofzuigers.

  • Schoonmaakonderhoud en stof III. Haalbaarheidsstudie tapijtonderzoek

    Resultaat

    De hoeveelheid stof/vuil dat een tapijt bevat is van een groot aantal factoren afhankelijk: samenstelling van het stof, locatie van het tapijt, soort tapijt (velours, bouclé of naaldvilt, en hoog- of laagpolig), grondstof van het tapijt (natuurlijke en/of kunststoffen), reinigingstijd, reinigingsmateriaal.
    Er zijn 8 kwantitatieve stofmeetmethoden gevonden. In het rapport staan de methoden en de voor- en nadelen per methode genoemd.Het bevuilen van tapijt op een standaard manier wordt vaak gedaan door tapijt samen met standaardvuil en een tetrapod (een apparaat met vier voetjes) in een trommel te stoppen. Deze trommel laat men draaien. De tetrapod simuleert dan het lopen op tapijt.Voor wat betreft het standaardvuil zijn verschillende stoffen ontwikkeld die natuurlijke bevuilingen nabootsen.

    Conclusie

    Er bestaan drie geschikte meetmethoden voor het effectiviteitsverschil door verschillen in frequenties van stofzuigen:
    1. Tapijt standaard bevuilen, wegen, normaal stofzuigen en weer wegen.
    2. Tapijt standaard bevuilen, wegen, zuigen met een gestandaardiseerde stofzuiger en weer wegen.
    3. Monsters nemen van in gebruik zijnd tapijt, de toegepaste stofzuigfrequentie achterhalen, de hoeveelheid stof bepalen met de “stansmethode” (= een meetmethode om de hoeveelheid stof in tapijt te bepalen).