• Aanpassing van het kwaliteitsmeetsysteem

    Het onderzoek is uitgevoerd in een ziekenhuis en twee kantoorgebouwen. De vereenvoudiging van de inventarisatie is in de twee kantoorgebouwen beproefd. De implementatie van het periodieke schoonmaakonderhoud in de kwaliteitscontrole volgens VSR-KMS is onderzocht in een ziekenhuis en één van de twee kantoorgebouwen. De keuze is op deze objecten gevallen omdat VSR-KMS bij dit soort objecten het meest wordt toegepast.

    Resultaat

    – De keuze voor de ruimte als de beoordelingseenheid in plaats van het karakteristieke element, zal niet van invloed zijn op het oordeel over de kwaliteit van het schoonmaakonderhoud.
    – Implementatie van het periodieke schoonmaakonderhoud in VSR-KMS is mogelijk.
    – De nu geldende AQL-waarden binnen VSR-KMS behoeven niet te worden aangepast.
    – De goedkeurtabellen behoeven niet te worden uitgebreid met MAF-waarden groter dan 40.

  • Haalbaarheidsstudie tapijtonderzoek

    Resultaat

    De hoeveelheid stof/vuil dat een tapijt bevat is van een groot aantal factoren afhankelijk: samenstelling van het stof, locatie van het tapijt, soort tapijt (velours, bouclé of naaldvilt, en hoog- of laagpolig), grondstof van het tapijt (natuurlijke en/of kunststoffen), reinigingstijd, reinigingsmateriaal.

    Er zijn 8 kwantitatieve stofmeetmethoden gevonden. In het rapport staan de methoden en de voor- en nadelen per methode genoemd.

    Het bevuilen van tapijt op een standaard manier wordt vaak gedaan door tapijt samen met standaardvuil en een tetrapod (een apparaat met vier voetjes) in een trommel te stoppen. Deze trommel laat men draaien. De tetrapod simuleert dan het lopen op tapijt.
    Voor wat betreft het standaardvuil zijn verschillende stoffen ontwikkeld die natuurlijke bevuilingen nabootsen.

    Conclusie

    Er bestaan drie geschikte meetmethoden voor het effectiviteitsverschil door verschillen in frequenties van stofzuigen:
    1. Tapijt standaard bevuilen, wegen, normaal stofzuigen en weer wegen.
    2. Tapijt standaard bevuilen, wegen, zuigen met een gestandaardiseerde stofzuiger en weer wegen.
    3. Monsters nemen van in gebruik zijnd tapijt, de toegepaste stofzuigfrequentie achterhalen, de hoeveelheid stof bepalen met de “stansmethode” (= een meetmethode om de hoeveelheid stof in tapijt te bepalen).

  • Schoonmaakonderhoud en stof. Deel 1: inventarisatie

    Resultaten

    De onderzoeksinstellingen, circa 15, die zich met stofonderzoek bezig houden, of hebben gehouden, worden in het rapport op alfabetische volgorde behandeld. De gevonden literatuur staat ook vermeld in het rapport; het betreft 40 titels.

    Conclusie

    De instellingen die met name bezig zijn (geweest) met stofonderzoek zijn: Landbouwuniversiteit Wageningen, SCMO-TNO, MT-TNO, Camraso (Engeland), Forbo-Krommenie. Een literatuurbron die hier met name genoemd dient te worden is de publicatie van Schneider et al.
    De onderzoeksonderwerpen waren:
    – Methoden ontwikkeling voor het meten van de effectiviteit van schoonmaakonderhoud.
    – Kwantitatieve stofmetingen.
    – Kwalitatieve stofmetingen.
    – ‘Sick Building’ onderzoek m.b.v. enquêtes.
    Noot van de redactie: Dit onderzoek betrof een voorbereidend onderzoek dat voor de beleidsvorming binnen VSR en de vervolgonderzoeken van grote waarde is geweest.
    Klik hier voor het volledige onderzoek

  • De effectiviteit van schoonloopmatten

    Resultaat

    Toepassing van schoonloopmatten geeft een aanzienlijke reductie van de hoeveelheid vuil die, verder dan de ingang, een gebouw wordt binnengelopen. Verder blijkt dat ook de zichtbare vervuiling van tapijten in gebouwen sterk vermindert.
    Uit de onderzoeksresultaten bleek dat aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan, teneinde schoonloopmatten effectief te laten zijn:
    1. De matten moeten dagelijks gestofzuigd worden;
    2. De schoonloopzone moet lang genoeg zijn. Bij voorkeur 5 tot 6 meter lang;
    3. De matten moeten een grote affiniteit hebben tot vuil en dat vuil goed vasthouden.

    Conclusie

    Met het gebruik van schoonloopmatten kan een besparing worden bereikt op de schoonmaakkosten van met name het vloeronderhoud.

  • Robotisering in de schoonmaakbranche

    Resultaat

    Firma’s die vloerreinigingsrobots op de markt brengen, zijn:
    – firma Robosoft te Frankrijk,
    – firma Electrolux Japan Co. te Japan.

    Firma’s die glasreinigingsrobots op de markt brengen, zijn:
    – firma Jokohama Rubber Co. te Japan,
    – firma International Robotics Technology te U.S.A.

    De verplaatsing van de robots geschiedt op een frame dat genoeg houvast biedt aan de schoonmaakhandeling. Bij het schoonmaken van vloeren wordt veelal gebruik gemaakt van een mobiel (op wielen) frame. Bij glasreiniging moet gebruik gemaakt worden van andere technieken zoals: gevelgondels, hoogwerkers en of aankleving met zuignappen dan wel magneten.

    De besturing van robots kan via verschillende technieken plaatsvinden:
    1. Langs het schoon te maken traject is een geleider aangebracht.
    2. Bij botsing terugkeren op de afgelegde weg.
    3. Met een voeler voortdurend bijsturen.
    4. Teach and playback; men leidt de robot over een traject dat door de robot onthouden moet worden.
    5. Computermatige besturing op afstand.

    Men tendeert naar het gebruik van een besturingssysteem door middel van sensoren. Vooral het gebruik van optische sensoren in reinigingsrobots is geschikt voor de schoonmaakbranche.

    Conclusie

    Wereldwijd is men bezig de reinigingsrobot verder te ontwikkelen. Dit rapport moet als een tussenstand gezien worden.

    Noot van de redactie: Gesteld kan worden dat de technische ontwikkelingen sinds het onderzoek niet hebben stilgestaan. Wel mag geconcludeerd worden dat de inzet van schoonmaakrobots een minder hoge vlucht genomen heeft als toen was ingeschat. Robots zijn met name interessant voor gevaarlijke situaties (denk aan kerncentrales) of moeilijk bereikbare plaatsen (zoals bijvoorbeeld de koepel van het Duitse parlementsgebouw in Berlijn).

  • Controle overdag van kantoorgebouwen

    Resultaat

    Indien de beoordeling van de kwaliteit van het dagelijks schoonmaakonderhoud overdag wordt uitgevoerd, kan er na het schoonmaken weer vervuiling optreden, voordat de kwaliteitscontrole plaats vindt. Met name de beoordeling van licht gehecht vuil kan problemen opleveren. Voor dit probleem wordt in de beoordelingshandleiding voor overdag een oplossing aangegeven.

    Met de beoordelingshandleiding voor controle van kantoorgebouwen overdag kan de controle van schoonmaakwerkzaamheden uitgevoerd worden wanneer het gebouw in gebruik is.

  • Op weg naar een markgericht beleid in de schoonmaaksector

    Allereerst is er de beleidsbeslissing of gekozen wordt voor schoonmaak in eigen beheer of uitbesteden. Vervolgens beslist in de meeste gevallen de directie over de keus voor een schoonmaakbedrijf. De selectiecriteria die zij hierbij dikwijls hanteren, zijn sterk gericht op het verminderen van de onzekerheid over de kwaliteit van het aanbod van diensten. De belangrijkste kwaliteitsbepalende factoren zijn het personeel, de communicatie en de organisatie van het schoonmaakbedrijf, waarbij natuurlijk ook de prijs een belangrijke rol in het koopbeslissingsproces speelt. Veelal wordt vervolgens slechts één aanbieder gecontracteerd, waarbij in de meeste gevallen wordt gewerkt met jaarcontracten waarna herinschrijvingen worden gehouden.

    In het algemeen valt het opstellen en het beheer van het schoonmaakbudget onder de verantwoording van het Hoofd Interne Dienst. Verder kan de controle op de geleverde schoonmaakdiensten plaatsvinden op basis van aanneemsom of uren. Deze controle van de kwaliteit van het geleverde werk vindt plaats volgens een door opdrachtgever en aanbieder geaccepteerde methode, waarbij overigens het VSR-Kwaliteitsmeetsysteem grote naamsbekendheid geniet.

    Conclusie

    Voor professionele schoonmaakbedrijven is een gedegen kennis over het afnemersgedrag en de daarop van invloed zijnde factoren onontbeerlijk, opdat zij op de wensen en verlangens van de opdrachtgevers adequaat kunnen inspringen.

  • VSR-richtlijnen milieubewust schoonmaken

    Methode

    Er is een studie gemaakt van de milieuwetgeving in Nederland en van het Nationaal Milieubeleids Plan. Na deze studies was het mogelijk om een inventarisatie te maken van de mogelijkheden voor de schoonmaakbranche om meer milieubewust te werken.

    Resultaat

    In het rapport worden suggesties gedaan voor het nemen van milieumaatregelen met betrekking tot de volgende onderwerpen: gebruik van schoonmaakmiddelen, verpakking en dosering van schoonmaakmiddelen, vermindering van energiegebruik, resten van schoonmaakmiddel, gebruik van disposables, gebruik van afvalzakken, het scheiden van afval, reduceren van binnenkomst vuil, het samenpersen van afval, duurzaam inkopen, productregistratie, geven van voorlichting.

    Ten behoeve van een optimaal gebruik van deze VSR-Richtlijn, is in het rapport een lijst met trefwoorden, een lijst met relevante adressen en een literatuurlijst opgenomen.