• Vuilwerende coatings; literatuurstudie

    VSR heeft TNO Reinigingstechnieken in 1998 verzocht om een literatuuroverzicht te maken over vuilwerende coatings. Aangezien het rapport nog niets aan actualiteit heeft ingeboet, brengen we het hierbij nogmaals onder uw aandacht.

    Methode

    Het rapport is opgesteld op basis van de beschikbare open literatuur. Daarnaast is een aantal deskundigen geraadpleegd omdat bleek dat de beschikbare literatuur voor een deel tamelijk oud was en omdat de specifieke praktische vragen niet uit de literatuur beantwoord konden worden.

    Resultaat

    Op basis daarvan is duidelijk hoe hechting kan worden voorkomen. Met afnemende hechting neemt ook de affiniteit tussen reinigingsvloeistof en oppervlak af; dit maakt het oppervlak in principe niet reinigbaar. Een aantal oplossingen om goede reinigbaarheid te combineren met vuilafstoting is aangegeven. Daartoe worden veelal coatings (dunne lagen) toegepast. Enkele problemen die optreden bij het aanbrengen en het opnieuw aanbrengen van de coatings zijn omschreven. Uit die beschrijving volgt dat het herstellen van een coating geen sinecure is en vaak een beperkt resultaat kent. Hoe deze principes uitwerken in de praktijk is uitgewerkt voor drie oppervlakken: – textiele materialen waaronder tapijt en meubelstoffen; – gevels; – harde vloeroppervlakken.

    Conclusie

    De focus van veel ontwikkeling en onderzoek lijkt te zijn gericht op het verminderen van de totale hechting. Dit is niet perse gunstig. Een oppervlak met enige zogeheten polaire aantrekking lijkt nauwelijks meer vuil op te nemen, maar is makkelijker reinigbaar. Ook is onderhoud bij slijtage of inlopen van vuil mogelijk als de coating enige hechting vertoont.

  • Microbiologische producten; studie

    Resultaat

    Microbiologische producten bevatten bacteriesporen, die na aanbrengen moeten ontkiemen, groeien en na enkele uren beginnen met de afbraak van vervuiling (bijvoorbeeld olie) of geurstoffen (urinoirs e.d.). Soms worden andere bestanddelen zoals oppervlakteactieve stoffen toegevoegd om de werkzaamheid te verhogen.

    De bacteriën zijn gevoelig voor temperatuur, (lucht)vochtigheid, zuurgraad en de aanwezigheid van voedingsstoffen. Ook breken bacteriën slechts een beperkt aantal stoffen af; anorganische vuildeeltjes worden niet afgebroken. Tenslotte wordt het toepassingsgebied van microbiologische producten beperkt door veiligheidsaspecten: toepassing in de medische sector, in de voedingsmiddelenketen en in bijvoorbeeld luchtbehandeling worden afgeraden.

    Overige toepassingen zijn wel veilig zolang zeker wordt gesteld dat uitsluitend niet-pathogene bacteriën worden toegepast en zolang intensief contact met de mens wordt gemeden. Een belangrijk voordeel van microbiologische producten is hun milieuvriendelijkheid aangezien weinig of geen milieubelastende stoffen worden gebruikt.

  • Evaluatie microvezeldoekjes (vervolg onderzoek); download hier de recente (2020) heruitgave!

    Resultaat

    Bij een draaiende beweging worden vlekken 20 tot 40% sneller verwijderd dan bij een lineaire beweging. Dit geldt, in vergelijkbare mate, voor de conventionele doek. De klamvochtigheid blijkt in de praktijk genomen gemiddeld slechts enkele procenten hoger te liggen dan de waarde die leveranciers propageren (50%). Ook personeel dat niet gewend is met microvezeldoeken te werken stelt de klamvochtigheid op vergelijkbare waarden in.
    Streepvorming wordt niet gevonden als de klamvochtigheid op de praktijkwaarde (53%) wordt ingesteld, ook niet bij hoge waterhardheid. Bij 60% klamvochtigheid vindt men voor één microvezeldoek streepvorming, die toeneemt met de waterhardheid. De streepvorming wordt in alle testen in ongeveer de helft van de gevallen waargenomen bij gebruik van de referentiedoek. De reinigende werking blijft gehandhaafd tot drukken die lager zijn dan praktische waarden. Bij zeer lage druk daalt de reinigende werking snel.
    Het gebruik van reinigingsmiddel heeft nauwelijks positieve invloed op de effectiviteit in vlekverwijdering door microvezeldoeken, terwijl ook het effect bij conventionele doeken klein is, althans voor de onderzochte vlekken. Uit literatuurgegevens blijkt dat er geen noemenswaardig verschil is tussen microvezeldoeken en andere doeken voor wat betreft de verwijdering van en verspreiding over harde oppervlakken van micro-organismen.

    Conclusie

    De conclusies gelden uitsluitend voor de onderzochte systemen en condities. De resultaten in dit onderzoek bevestigen de hypothese omtrent het mechanisme van de reinigende werking dat de mechanische actie door microvezeldoeken beter is dan die door conventionele doeken.

  • De ontwikkeling van een methode voor monsterafname en analyse van vervuiling op plafondplaten

    Resultaat

    Monstername door het lossnijden van de latex toplaag van plafonds levert uitstekende monsters voor de karakterisering van de vervuilende deeltjes op de plafonds zonder dat het opvallende schade aan het plafond teweegbrengt. De vuildeeltjes kunnen worden onderzocht “zoals ze zijn” en het is zeker dat alle deeltjes worden gezien. Met elektronenmicroscopie wordt een representatieve beeld gemaakt van de vuildeeltjes. Tegelijkertijd wordt met RMA (Röntgen Micro Analyse) de elementaire samenstelling van de deeltjes vastgesteld. Dit maakt een goede identificatie mogelijk van de kleine deeltjes. Met GC-MS (een analysemethode) zijn slechts zeer geringe hoeveelheden geadsorbeerde stoffen aangetoond. De geadsorbeerde stoffen spelen geen rol als bron voor verontreinigingen in de ruimte waar de plafondplaten hangen.

    Conclusie

    De hypothese omtrent de samenstelling van het plafondvuil lijkt in grote lijnen bevestigd te worden: het zijn vooral kleine deeltjes die worden aangetroffen op de plafondplaat naast enkele grotere deeltjes die uit plafondplaatmateriaal zelf bestaan. De concentratie van die deeltjes is echter gering. Niet aangetroffen worden vezels van katoen of synthetische weefsels. Hetzelfde geldt voor pollen (stuifmeel) en (delen van uitwerpselen van) micro-organismen.

  • Gezondheidsrisico’s bij reinigen na brand

    Resultaat

    Er is een kans dat de schoonmaker afhankelijk van de werkzaamheden verbrandingsproducten inademt en dat zijn huid bloot staat aan roet en reinigingsmiddelen. De gasvormige verbrandingsproducten koolmonoxide en acroleïne vormen wellicht een gering risico. De aërosolen en het roet waaraan de werker staat blootgesteld bevatten PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen) die bewezen kankerverwekkend zijn. Dit vormt het belangrijkste risico. De toegepaste reinigingsmiddelen worden meestal zodanig verdund dat ze ten hoogste irriterend op de huid kunnen werken. Gevolg is wel dat de barrièrefunctie van de huid afneemt, hetgeen de opname van andere stoffen, zoals PAK, vereenvoudigt.

    Conclusie

    Bronbestrijding door goede ventilatie levert waarschijnlijk voldoende bescherming tegen directe gevaren. PAK zijn zo gevaarlijk, zeker in combinatie met de inwerking van de reinigingsmiddelen op de huid, dat optimale bescherming van de ademhalingswegen en de handen noodzakelijk is. Als gewerkt wordt met weinig verdunde middelen is bescherming van de ogen of het hele lichaam (bij vernevelen) nodig. Werknemers die slechts incidenteel met reiniging na brand in aanraking komen dienen butylrubberen handschoenen te dragen.

  • Evaluatie Microvezeldoekjes; download hier de recente (2020) heruitgave!

    Resultaat

    Microvezels zijn kleiner dan 12 micrometer, oftewel 0,012 millimeter, hebben scherpe randen en bestaan uit synthetisch materiaal. De microvezeldoekjes worden klamvochtig met water zonder reinigingsmiddel gebruikt in de professionele omgeving. De vuile doekjes moeten worden uitgewassen.De onderzochte microvezeldoekjes verwijderen de meeste van de onderzochte hardnekkige vlekken sneller van een oppervlak dan het conventionele doekje doet hoewel niet altijd volledig. Gebleken is verder dat bij beperkt gebruik en bij lage druk materiaalaantasting door microvezeldoekjes kan worden voorkomen. Vijfentwintig maal wassen heeft nauwelijks invloed op de resultaten van de reinigings- en materiaal-aantastingstesten. Huidschade kan optreden bij sterk uitwringen van meerdere doekjes na elkaar. De bacteriegroei op microvezeldoekjes is gelijk aan die op het conventionele doekje. Dit geldt ook voor het ´sanitized´ microvezeldoekje.

    Conclusie

    In de praktijk kan veilig met de microvezeldoek worden gewerkt op voorwaarde dat een goede gebruiksaanwijzing beschikbaar is waarin aandacht wordt besteed aan de mate van klamvochtigheid, het op veilige wijze klamvochtig maken, en het vermijden van hoge druk bij de toepassing van de microvezeldoek. Een aantal hechtende vlekken wordt sneller verwijderd met de microvezeldoek in vergelijking tot de conventionele doek. Voor sommige toepassingen kan alsnog een reinigingsmiddel nodig zijn.

  • Basisprincipes vuil en vuilverwijdering

    Resultaat

    In de inleiding wordt ingegaan op het schoonmaakproces en de daarbij te onderscheiden factoren. Vervolgens wordt nagegaan wat het gewenste schoonmaakresultaat kan zijn en wat de fysiologische aspecten van vuil en vuilverwijdering zijn. Daarna worden de indelingen van vuil naar verschillende aspecten die in de literatuur gegeven zijn opgesomd. Op basis daarvan is een nieuwe indeling gemaakt waarin alle vuilsoorten opgenomen zijn en waarin alle aspecten verwerkt zijn. Vuil kan mechanisch, elektrostatisch (door ladingsverschillen) en door Van der Waalskrachten hechten, maar ook chemisch gebonden zijn of oplossen in het substraat. Dat te reinigen substraat is van groot belang voor de hechting én voor de vuilverwijdering.

    Het natte reinigingsproces bestaat uit drie stappen: (1) de bevochtiging van het oppervlak; (2) het losmaken van het vuil van het oppervlak en (3) het in oplossing houden van het vuil. In dit proces is water het belangrijkste reinigingsmiddel; het vervult een aantal belangrijke rollen maar stoort het reinigingsproces. Om deze nadelen te beperken en de voordelen te versterken wordt een reinigingsmiddel toegevoegd aan het water. Allerlei verschillende bestanddelen vervullen daarbij verschillende rollen. Daarom hangt de samenstelling van het reinigingsmiddel af van de toepassing, zoals uitputtend is beschreven. Tot slot is er aandacht voor de schoonmaakmethode en -apparatuur.

    Conclusie

    De ruim beschikbare literatuur op het gebied van de basisprincipes van vuil- en vuilverwijdering overlapt grotendeels. Een hiaat in de kennis is de invloed van het substraat op de hechtingen en verwijdering van het vuil.

    Noot van de redactie: De resultaten van dit onderzoek zijn in combinatie met de resultaten van het onderzoek “Stof en stofbestrijding” (zie volgend onderzoek) verwerkt in het boek “Basisprincipes vuilverwijdering en stofbestrijding” (onder redactie van VSR uitgegeven door FactoMedia en ServiceMangement).