• Het reinigingseffect van stofzuigen met combinatiezuigmond op laagpolig bouclé tapijt

    Ten behoeve van deelonderzoek 1 zijn meerdere stukken laagpolig bouclé tapijt (ieder 63 x 21,5 cm) 25 maal bevuild, gewogen, gestofzuigd en weer gewogen. De enige variabele was het stofzuigen, sommige stukken tapijt werden dagelijks gestofzuigd, sommige werden tippend en sommige werden wekelijks gestofzuigd.

    Ten behoeve van deelonderzoek 2 zijn, na afloop van deelonderzoek 1, de vuile stukken tapijt gedurende 19,5 minuten gestofzuigd. (Na 19,5 minuut werd geen vuil meer opgenomen door de stofzuiger).

    Resultaat en conclusie

    – Dagelijks stofzuigen van laagpolig bouclé tapijt geeft een groter reinigingseffect dan tippend of wekelijks stofzuigen. Tippend stofzuigen van laagpolig bouclé tapijt geeft een groter reinigingseffect dan wekelijks stofzuigen.
    – Intensief stofzuigen kan stof dat tijdens dagelijks, wekelijks en tippend stofzuigen geaccumuleerd is, voor een groot deel verwijderen. Het reinigingseffect van intensief stofzuigen is duidelijk groter dan dat van dagelijks, tippend of wekelijks stofzuigen.

  • Haalbaarheidsstudie tapijtonderzoek

    Resultaat

    De hoeveelheid stof/vuil dat een tapijt bevat is van een groot aantal factoren afhankelijk: samenstelling van het stof, locatie van het tapijt, soort tapijt (velours, bouclé of naaldvilt, en hoog- of laagpolig), grondstof van het tapijt (natuurlijke en/of kunststoffen), reinigingstijd, reinigingsmateriaal.

    Er zijn 8 kwantitatieve stofmeetmethoden gevonden. In het rapport staan de methoden en de voor- en nadelen per methode genoemd.

    Het bevuilen van tapijt op een standaard manier wordt vaak gedaan door tapijt samen met standaardvuil en een tetrapod (een apparaat met vier voetjes) in een trommel te stoppen. Deze trommel laat men draaien. De tetrapod simuleert dan het lopen op tapijt.
    Voor wat betreft het standaardvuil zijn verschillende stoffen ontwikkeld die natuurlijke bevuilingen nabootsen.

    Conclusie

    Er bestaan drie geschikte meetmethoden voor het effectiviteitsverschil door verschillen in frequenties van stofzuigen:
    1. Tapijt standaard bevuilen, wegen, normaal stofzuigen en weer wegen.
    2. Tapijt standaard bevuilen, wegen, zuigen met een gestandaardiseerde stofzuiger en weer wegen.
    3. Monsters nemen van in gebruik zijnd tapijt, de toegepaste stofzuigfrequentie achterhalen, de hoeveelheid stof bepalen met de “stansmethode” (= een meetmethode om de hoeveelheid stof in tapijt te bepalen).

  • Schoonmaakonderhoud en stof.Deel 2: Literatuuronderzoek

    Resultaten

    Inhalatie en depositie van aërosolen (zwevende deeltjes) in de longen kunnen verschillende effecten op de longen hebben, variërend van een gevoel van onbehagen tot een kwaadaardige celwoekering in de longen. Daarom is het belangrijk dat de concentratie stof in de omgeving van mensen zo laag mogelijk gehouden wordt.
    De mate van verontreiniging van kantoorgebouwen wordt met name beïnvloed door:
    – mensen en hun activiteiten;
    – airconditioningssystemen;
    – het type vloerbedekking; zachte vloerbedekking kan als verzamelplaats voor stof fungeren;
    – de kwaliteit en de kwantiteit van het schoonmaakonderhoud.

    Conclusie

    Er blijkt een gebrek aan kennis te bestaan over het verband tussen de gezondheid van mensen en het kwaliteitsniveau van het schoonmaakonderhoud. Kennis hierover zou verkregen kunnen worden door het uitvoeren van praktisch onderzoek, bijvoorbeeld:
    1. Onderzoek naar de hoeveelheid stof die maximaal op een oppervlak mag liggen om te voorkomen dat de norm voor deeltjes in de lucht wordt overschreden.
    2. Onderzoek naar het effect van schoonmaken op de hoeveelheid stof op de grond en in de lucht; bijv. na stofzuigen, moppen, vegen.

  • Schoonmaakonderhoud en stof. Deel 1: inventarisatie

    Resultaten

    De onderzoeksinstellingen, circa 15, die zich met stofonderzoek bezig houden, of hebben gehouden, worden in het rapport op alfabetische volgorde behandeld. De gevonden literatuur staat ook vermeld in het rapport; het betreft 40 titels.

    Conclusie

    De instellingen die met name bezig zijn (geweest) met stofonderzoek zijn: Landbouwuniversiteit Wageningen, SCMO-TNO, MT-TNO, Camraso (Engeland), Forbo-Krommenie. Een literatuurbron die hier met name genoemd dient te worden is de publicatie van Schneider et al.
    De onderzoeksonderwerpen waren:
    – Methoden ontwikkeling voor het meten van de effectiviteit van schoonmaakonderhoud.
    – Kwantitatieve stofmetingen.
    – Kwalitatieve stofmetingen.
    – ‘Sick Building’ onderzoek m.b.v. enquêtes.
    Noot van de redactie: Dit onderzoek betrof een voorbereidend onderzoek dat voor de beleidsvorming binnen VSR en de vervolgonderzoeken van grote waarde is geweest.
    Klik hier voor het volledige onderzoek

  • Dagelijks kwaliteit systeem (DKS)

    Resultaat

    Er is een controleformulier ontwikkeld. Als er fouten worden geconstateerd moeten deze op het controleformulier worden genoteerd.
    In een zestal gebouwen zijn controles uitgevoerd met het DKS. De algemene indruk was, dat het DKS als kwaliteitscontrolesysteem voor de directe leiding in de gebouwen goed bruikbaar is.

    Bij gebruik van het Dagelijks Kwaliteit Systeem voor de schoonmaak kan een schoonmaakbedrijf met vertrouwen de resultaten van een VSR-KMS meting tegemoet zien.