• Microbiologische producten; studie

    Resultaat

    Microbiologische producten bevatten bacteriesporen, die na aanbrengen moeten ontkiemen, groeien en na enkele uren beginnen met de afbraak van vervuiling (bijvoorbeeld olie) of geurstoffen (urinoirs e.d.). Soms worden andere bestanddelen zoals oppervlakteactieve stoffen toegevoegd om de werkzaamheid te verhogen.

    De bacteriën zijn gevoelig voor temperatuur, (lucht)vochtigheid, zuurgraad en de aanwezigheid van voedingsstoffen. Ook breken bacteriën slechts een beperkt aantal stoffen af; anorganische vuildeeltjes worden niet afgebroken. Tenslotte wordt het toepassingsgebied van microbiologische producten beperkt door veiligheidsaspecten: toepassing in de medische sector, in de voedingsmiddelenketen en in bijvoorbeeld luchtbehandeling worden afgeraden.

    Overige toepassingen zijn wel veilig zolang zeker wordt gesteld dat uitsluitend niet-pathogene bacteriën worden toegepast en zolang intensief contact met de mens wordt gemeden. Een belangrijk voordeel van microbiologische producten is hun milieuvriendelijkheid aangezien weinig of geen milieubelastende stoffen worden gebruikt.

  • Evaluatie microvezeldoekjes (vervolg onderzoek); download hier de recente (2020) heruitgave!

    Resultaat

    Bij een draaiende beweging worden vlekken 20 tot 40% sneller verwijderd dan bij een lineaire beweging. Dit geldt, in vergelijkbare mate, voor de conventionele doek. De klamvochtigheid blijkt in de praktijk genomen gemiddeld slechts enkele procenten hoger te liggen dan de waarde die leveranciers propageren (50%). Ook personeel dat niet gewend is met microvezeldoeken te werken stelt de klamvochtigheid op vergelijkbare waarden in.
    Streepvorming wordt niet gevonden als de klamvochtigheid op de praktijkwaarde (53%) wordt ingesteld, ook niet bij hoge waterhardheid. Bij 60% klamvochtigheid vindt men voor één microvezeldoek streepvorming, die toeneemt met de waterhardheid. De streepvorming wordt in alle testen in ongeveer de helft van de gevallen waargenomen bij gebruik van de referentiedoek. De reinigende werking blijft gehandhaafd tot drukken die lager zijn dan praktische waarden. Bij zeer lage druk daalt de reinigende werking snel.
    Het gebruik van reinigingsmiddel heeft nauwelijks positieve invloed op de effectiviteit in vlekverwijdering door microvezeldoeken, terwijl ook het effect bij conventionele doeken klein is, althans voor de onderzochte vlekken. Uit literatuurgegevens blijkt dat er geen noemenswaardig verschil is tussen microvezeldoeken en andere doeken voor wat betreft de verwijdering van en verspreiding over harde oppervlakken van micro-organismen.

    Conclusie

    De conclusies gelden uitsluitend voor de onderzochte systemen en condities. De resultaten in dit onderzoek bevestigen de hypothese omtrent het mechanisme van de reinigende werking dat de mechanische actie door microvezeldoeken beter is dan die door conventionele doeken.

  • Gezondheidsrisico’s bij reinigen na brand

    Resultaat

    Er is een kans dat de schoonmaker afhankelijk van de werkzaamheden verbrandingsproducten inademt en dat zijn huid bloot staat aan roet en reinigingsmiddelen. De gasvormige verbrandingsproducten koolmonoxide en acroleïne vormen wellicht een gering risico. De aërosolen en het roet waaraan de werker staat blootgesteld bevatten PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen) die bewezen kankerverwekkend zijn. Dit vormt het belangrijkste risico. De toegepaste reinigingsmiddelen worden meestal zodanig verdund dat ze ten hoogste irriterend op de huid kunnen werken. Gevolg is wel dat de barrièrefunctie van de huid afneemt, hetgeen de opname van andere stoffen, zoals PAK, vereenvoudigt.

    Conclusie

    Bronbestrijding door goede ventilatie levert waarschijnlijk voldoende bescherming tegen directe gevaren. PAK zijn zo gevaarlijk, zeker in combinatie met de inwerking van de reinigingsmiddelen op de huid, dat optimale bescherming van de ademhalingswegen en de handen noodzakelijk is. Als gewerkt wordt met weinig verdunde middelen is bescherming van de ogen of het hele lichaam (bij vernevelen) nodig. Werknemers die slechts incidenteel met reiniging na brand in aanraking komen dienen butylrubberen handschoenen te dragen.

  • Evaluatie Microvezeldoekjes; download hier de recente (2020) heruitgave!

    Resultaat

    Microvezels zijn kleiner dan 12 micrometer, oftewel 0,012 millimeter, hebben scherpe randen en bestaan uit synthetisch materiaal. De microvezeldoekjes worden klamvochtig met water zonder reinigingsmiddel gebruikt in de professionele omgeving. De vuile doekjes moeten worden uitgewassen.De onderzochte microvezeldoekjes verwijderen de meeste van de onderzochte hardnekkige vlekken sneller van een oppervlak dan het conventionele doekje doet hoewel niet altijd volledig. Gebleken is verder dat bij beperkt gebruik en bij lage druk materiaalaantasting door microvezeldoekjes kan worden voorkomen. Vijfentwintig maal wassen heeft nauwelijks invloed op de resultaten van de reinigings- en materiaal-aantastingstesten. Huidschade kan optreden bij sterk uitwringen van meerdere doekjes na elkaar. De bacteriegroei op microvezeldoekjes is gelijk aan die op het conventionele doekje. Dit geldt ook voor het ´sanitized´ microvezeldoekje.

    Conclusie

    In de praktijk kan veilig met de microvezeldoek worden gewerkt op voorwaarde dat een goede gebruiksaanwijzing beschikbaar is waarin aandacht wordt besteed aan de mate van klamvochtigheid, het op veilige wijze klamvochtig maken, en het vermijden van hoge druk bij de toepassing van de microvezeldoek. Een aantal hechtende vlekken wordt sneller verwijderd met de microvezeldoek in vergelijking tot de conventionele doek. Voor sommige toepassingen kan alsnog een reinigingsmiddel nodig zijn.

  • Basisprincipes vuil en vuilverwijdering

    Resultaat

    In de inleiding wordt ingegaan op het schoonmaakproces en de daarbij te onderscheiden factoren. Vervolgens wordt nagegaan wat het gewenste schoonmaakresultaat kan zijn en wat de fysiologische aspecten van vuil en vuilverwijdering zijn. Daarna worden de indelingen van vuil naar verschillende aspecten die in de literatuur gegeven zijn opgesomd. Op basis daarvan is een nieuwe indeling gemaakt waarin alle vuilsoorten opgenomen zijn en waarin alle aspecten verwerkt zijn. Vuil kan mechanisch, elektrostatisch (door ladingsverschillen) en door Van der Waalskrachten hechten, maar ook chemisch gebonden zijn of oplossen in het substraat. Dat te reinigen substraat is van groot belang voor de hechting én voor de vuilverwijdering.

    Het natte reinigingsproces bestaat uit drie stappen: (1) de bevochtiging van het oppervlak; (2) het losmaken van het vuil van het oppervlak en (3) het in oplossing houden van het vuil. In dit proces is water het belangrijkste reinigingsmiddel; het vervult een aantal belangrijke rollen maar stoort het reinigingsproces. Om deze nadelen te beperken en de voordelen te versterken wordt een reinigingsmiddel toegevoegd aan het water. Allerlei verschillende bestanddelen vervullen daarbij verschillende rollen. Daarom hangt de samenstelling van het reinigingsmiddel af van de toepassing, zoals uitputtend is beschreven. Tot slot is er aandacht voor de schoonmaakmethode en -apparatuur.

    Conclusie

    De ruim beschikbare literatuur op het gebied van de basisprincipes van vuil- en vuilverwijdering overlapt grotendeels. Een hiaat in de kennis is de invloed van het substraat op de hechtingen en verwijdering van het vuil.

    Noot van de redactie: De resultaten van dit onderzoek zijn in combinatie met de resultaten van het onderzoek “Stof en stofbestrijding” (zie volgend onderzoek) verwerkt in het boek “Basisprincipes vuilverwijdering en stofbestrijding” (onder redactie van VSR uitgegeven door FactoMedia en ServiceMangement).

  • Beschrijving en vergelijking van methoden voor kauwgom-verwijdering; een literatuurstudie

    Resultaat

    Jaarlijks worden in Nederland naar schatting meer dan 1 miljard kauwgomplakken op storende plaatsen achtergelaten. Deze plakken vormen een groot en hardnekkig schoonmaakprobleem.

    Kauwgom is een complex materiaal dat voor ongeveer eenderde bestaat uit een gombasis en voor tweederde uit zoetmakers (suikers of poly-olen, waarvan xylitol de meest bekende is). Daarnaast worden enkele andere stoffen toegevoegd, waaronder smaakstoffen.

    De gekauwde kauwgom bestaat voor eenderde uit gombasis en voor tweederde uit water (speeksel). We veronderstellen dat dit water binnen enkele dagen uit de plak verdampt, waardoor die stijver en harder wordt. Ook nemen we aan dat andere processen, zoals verouderen onder invloed van licht en lucht en het opnemen van zand en ander vuil, in die zelfde richting werken. Er is echter geen onderzoek bekend dat de veranderingen in de kauwgomplak beschrijft.

    De uitgedroogde kauwgom lijkt in veel opzichten op de originele kauwgom. De plak is niet oplosbaar (althans niet in een redelijk tijdsbestek), ook niet met chemische middelen of bij verhoogde temperatuur. Dit maakt kauwgom tot een bijzonder lastige vuilsoort.

    Zeven methoden van kauwgomverwijdering

    Strikt mechanische methoden

    1. Afsteken

    2. Hoge druk waterstralen

    Mechanische methoden ondersteund door koelen

    3. Vloeibare stikstof

    4. Droogijsstralen

    5. Aerosol-methode

    Mechanische methoden ondersteund door verwarmen

    6. Stoomreinigen

    Mechanische methoden ondersteund door chemische middelen

    7. Kauwgomverwijderaars

    Een belangrijk aspect voor het wegen van de methoden is of zij voldoende goed reinigen (geen restvlek achterlaten) en geen schade veroorzaken op de materialen waarop de methode bedoeld is toegepast te worden.

    Onderstaand worden de verschillende methoden kort besproken:

    Afsteken

    Van vlakke, gesloten oppervlakken worden de plakken afgestoken met een spatel aan een lange steel. De losse plak gaat in de afvalbak. Afsteken is waarschijnlijk de oudste en meest toegepaste techniek. Bij toepassing op straattegels bestaat kans op restvlekken van kauwgom die in de poriën van de stenen is gedrongen. Bij onjuist gebruik van de spatel kan op zachtere afwerkmaterialen zoals linoleum schade ontstaan.

    Hoge druk waterstralen

    Met behulp van een hogedruk waterspuit wordt de kauwgomplak en al het andere vuil verwijderd. Bij voorkeur wordt een roterend systeem met twee nozzles die scherpe stralen leveren gebruikt. Bij hardnekkige vervuiling kan warm water (85 graden) worden gebruikt. Ondanks de hoge druk (circa 250 bar bij gebruik van speciale lansen) wordt met name jonge (dus zachte) kauwgom niet goed verwijderd. Ook blijven soms restvlekken achter. Door de benodigde hoeveelheid water binnen niet te gebruiken.

    Vloeibare stikstof

    Uit een verrijdbare voorraadtank met vloeibaar stikstof wordt ca. 3 seconden stikstof geblazen op de plak. De brosse plak wordt bewerkt met een slaginstrument. Vervolgens worden de resten van het oppervlak geschraapt met een mes of een krabber. De restanten worden opgezogen. Deze techniek wordt al vele jaren toegepast op plaatsen waar gewoon afsteken niet werkt, zoals bijvoorbeeld rubber matten, tapijt en stoelbekleding. Op tapijt lijken direct na de kauwgomverwijdering lichte vlekken te ontstaan, maar deze trekken na enige minuten weg. Kauwgom in voegen is niet goed te verwijderen. In uitzonderingsgevallen is het textiel niet bestand tegen de mechanische bewerking (met slaginstrument) na bevriezen.

    Droogijsstralen

    Korrels droogijs ter grootte van rijstkorrels worden door overdruk op de kauwgomplak geblazen. De plak verpulvert binnen een seconde en wordt in de lucht verspreid. De zeer fijn verdeelde restanten worden opgeveegd. Deze techniek wordt al enige jaren commercieel toegepast. Vuil kan niet uit poreuze materialen worden verwijderd. Op niet vlakke oppervlakken, zoals grinttegels, vereist de kauwgomverwijdering meer arbeidstijd. Bij toepassing op tegels zijn geen restvlekken opgemerkt. Wel is er sprake van schone vlekken, met name als de tegel verder vervuild is.

    Aërosolbussen

    Uit een spuitbus wordt gedurende circa 10 seconden lage koolwaterstoffen op de kauwgomplak gespoten. Door de plotselinge expansie koelt het drijfgas snel af en daarmee ook de kauwgomplak. De brosse plak wordt bewerkt met een slaginstrument en breekt. De brokstukken worden van het oppervlak geschraapt en daarna opgezogen. Aërosolbussen worden met name ingezet op tapijt, rubber matten en bekleding van stoelen. Op tapijt is meestal geen sprake van een restvlek.

    Stoomreinigen

    De plak wordt gedurende enkele seconden met stoom verwarmd. Vervolgens wordt de plak met dezelfde machine verwijderd (door middel van water onder hoge druk). Verwijderen van suikervrije kauwgom lukt alleen nadat de plak zo’n 30 seconden is voorgeweekt met behulp van een pasta of een vernevelbaar middel van een neutraal, oplosmiddelvrij product.

    Het toepassingsgebied van deze methode zijn openbare ruimten zoals perrons, stationshallen, e.d. Ook van gewassen grinttegels en bakstenen wordt de kauwgom goed verwijderd. Bij toepassing op tegels zijn geen restvlekken opgemerkt.

    Chemische middelen

    De plak wordt behandeld met het chemisch middel door onderdompelen, deppen, injecteren of door opstrijken en moet 15 tot 20 minuten inwerken. Bij sommige middelen moet de behandeling regelmatig worden herhaald. Na het inwerken wordt de plak met bijvoorbeeld een spatel van de ondergrond verwijderd. Opgeloste resten worden met een schone doek verwijderd. De gehele behandeling moet soms worden herhaald. Vervolgens goed naspoelen met water.Gezien de arbeidsintensieve aard van deze methode zal toepassing zich beperken tot particuliere huishoudens. De chemische middelen kunnen de ondergrond beschadigen door het oplossen van kleurstoffen, lijmen dan wel de ondergrond. Voor deze effecten wordt gewaarschuwd op de verpakkingen van de middelen.

    Conclusie

    Kauwgomverwijderingsmethoden in gebouwen

    Afsteken blijkt de goedkoopste methode te zijn, maar is slechts beperkt toepasbaar in verband met restvlekken en schade. De overige methoden die voor gebruik in gebouwen in aanmerking komen zijn allemaal veel duurder. Vloeibare stikstof is relatief gezien nog het goedkoopste, op voorwaarde dat er voldoende plakken moeten worden verwijderd. Op een groot project kan deze methode lonend zijn. Het enige mogelijke alternatief voor kauwgomverwijdering in gebouwen op grotere schaal zou droogijsstralen kunnen zijn. Voor kleinschalige problemen op moeilijke materialen in gebouwen vormen de aërosolbussen de enige afdoende oplossing.

    Kauwgomverwijderingsmethoden voor buiten

    Afsteken is bij grote oppervlakken (vaak letterlijk) onbegonnen werk en op ruwe materialen (gewassen grinttegels) of materialen met veel voegen (straatstenen) niet effectief. Buiten worden verder drie straalmethoden (water onder hoge druk, droogijs en stoomreiniging) toegepast. Water is, ook bij bijzonder hoge drukken, niet erg effectief. Dit geldt zeker voor jonge plakken die nog elastisch zijn. Bij dergelijke elastische plakken zijn zeer grote krachten nodig om de plak te scheuren. Na toepassing van stoom wordt de plak zoveel zachter en visceuzer dat de elasticiteit grotendeels verdwijnt en de plak veel eenvoudiger is te verwijderen. De straalmethoden vereisen de nodige vakkennis, ook om veilig te kunnen werken. Daarom lenen deze methoden zich met name voor toepassing door (specialistische) schoonmaakbedrijven. De toepassing van deze methoden is daarbij zeker niet beperkt tot het verwijderen van kauwgom.

    Noot van de redactie: Het onderzoek is in 1996 uitgevoerd. De wereld heeft echter niet stilgestaan. Hoewel alle genoemde methoden nog steeds worden toegepast, heeft sinds 1996 stoomreiniging onder lage druk (4 bar) in combinatie met een reinigingsmiddel haar intrede gedaan. Deze methode heeft als voordeel voor relatief weinig overlast te zorgen. De methode is zowel binnen als buiten te gebruiken en laat geen restvlekken achter.

  • Vervuiling en reiniging van hardminerale plafondplaten; een literatuurstudie

    Resultaat

    Hardminerale plafondplaten bestaan uit een gedroogde slurry van hardminerale vezels of vlokken, klei, organische bindmiddelen en andere toevoegingen om de platen speciale eigenschappen te geven. Voor de reiniging is de afwerklaag van de plaat belangrijk.

    Literatuur omtrent de samenstelling van de vervuiling is niet gevonden. Daarom is een verklarend model opgesteld, dat uitgaat van de stelling dat al het op de plafondplaat aanwezige vuil via de lucht is aangevoerd. Dampen en zeer kleine deeltjes (kleiner dan 2mm in diameter) zweven in de lucht en geraken bij het plafond. Deeltjes tot enkele tientallen mm kunnen bij opwaartse luchtstroming bij het plafond komen. De vervuiling hangt dus af van de luchtstroming. Vuil dat bij het plafond komt hecht door adsorptie (dampen), Van der Waals-krachten en electrostatische krachten (kleine deeltjes). Op basis van dit model zijn mogelijke vervuilingen: huidschilfers, (resten van) micro-organismen en hun allergene producten, pollen, vezels uit de plafondplaat, fijn bouwstof en sigarettenrook. Experimenteel onderzoek is nodig om deze hypothesen te valideren.

    Alle toegepaste plafondreinigingsmiddelen, hoe verschillend verder ook in samenstelling, bevatten oxidatie-middelen. Sommige middelen bevatten ook enzymen, maar dit lijkt weinig zinvol en wellicht schadelijk. Nader onderzoek naar de werking van de middelen is gewenst.

    Conclusie

    Op basis van een in dit onderzoek ontwikkeld model kunnen zinvolle veronderstellingen worden gemaakt omtrent mogelijke vervuiling van plafondplaten. Op grond van dit onderzoek is gestructureerd vervolgonderzoek mogelijk.

  • De effectiviteit van zeven methoden van natreinigen voor dagelijks onderhoud toegepast op drie verschillende harde vloeroppervlakken

    Resultaat

    Zowel wissen als alle natreinigingsmethoden verminderen de vervuiling van de vloer. Vlakmoppen vertoonde sterk wisselende resultaten, die onveranderlijk slechter waren dan de andere natreinigingsmethoden. Verschillende vlakmopsystemen leverden geen significante verschillen. Bij enkelvoudig moppen werd in het algemeen 50 tot 80% van het vuil verwijderd; de andere vijf methoden (tweevoudig moppen; de éénschijfsmachine met pad of met borstel; en de schrob/zuigmachine met pad of borstel) scoorde in het algemeen een effectiviteit van boven de 80%. Op tegelvloeren blijft vuil achter in de voegen; bij gebruik van borstel is dit wellicht iets minder het geval. Voor beide andere vloeren zijn pads effectiever dan borstels. De schrobzuigmachine is voor alle vloeren het meest doeltreffend, dat wil zeggen dat per tijdseenheid het meeste vuil wordt verwijderd. Aan- en aflooptijden niet meegerekend. Tweevoudig moppen scoort opvallend laag voor wat betreft de doeltreffendheid: de tweede arbeidsgang kost veel tijd maar draagt betrekkelijk weinig bij aan het reinigingsresultaat.

    Conclusie

    Bovenstaande resultaten kunnen een rationele keuze van een natreinigingsmethode ondersteunen. Andere factoren die daarbij een rol spelen zijn onder andere de vervuilingsgraad, gewenste kwaliteit en de omvang van het te reinigen oppervlak.

    Noot van de redactie: Een kanttekening bij dit onderzoek is dat microvezelhoudende materialen niet zijn meegenomen. Tweevoudig moppen is inmiddels in een positiever daglicht komen te staan vanwege de potentieel nadelige gezondheidsgevolgen van het achterlaten van een natte vloer. Enkelvoudig moppen draagt namelijk bij aan de verspreiding en groei van micro-organismen en daarmee aan de ongezondheid van een gebouw. Vlakmoppen staat ook in een positiever daglicht vanwege de ergonomische voordelen. Men moet zich bovendien realiseren dat in dit onderzoek zeer sterk vervuilde vloeren zijn getest.